Jackie Leven
& Michael Cosgrave


INFORMATIE

Datum : 28 september 2008
Locatie : De Slotplaats
Kaarten beschikbaar : Uitverkocht

CREW

Jackie Leven
zang & gitaar

Michael Cosgrave
zang & keyboard

WEBSITES

>Officiele website
>Youtube fragment


CONCERTFOTO'S



















RECENSIES

Laat ons weten van u van het concert vond! Recensie toevoegen | E-mail: muziekpodium

BIOGRAFIE

Jackie Leven, in 1950 in Schotland geboren, komt uit een Roma familie. Tijdens zijn jeugd was hij een buitenbeentje in de geïsoleerde clan-achtige wereld die toen nog bestond op het eiland Fife in Schotland. Hoewel hij zelf Schots was, kwam geen van zijn ouders daar vandaan. Zijn vader was een Cockney Ier en zijn moeder was afkomstig uit een grote familie uit Northhumberland (Geordie). Voor alle nieuwkomers was het een moeilijke, zo niet bijna onmogelijke taak om zich aan de bestaande culturele normen aan te passen. Waarschijnlijk vormde zich hierdoor een onafhankelijke geest bij de jonge Leven, die op school hopeloos achterop raakte (hoewel hij erg goed was in Engels en opstellen schrijven). Hij had weinig vrienden en die werden dan ook nog voor mafkezen aangezien. Hij verzuimde vaak van school, maar de tijd die hij alleen doorbracht in de heuvels, dalen en bij de rivier vormt nog steeds de basis voor de beelden die hij in zijn songs gebruikt. In de eerste jaren van zijn tienertijd begon er iets te veranderen. Zijn moeder hield van zwarte bluesmuziek, wat daar heel bijzonder was in die tijd. Hoewel Jackie, wanneer hij uit school thuiskwam, gewend was om de klanken van “I got the blues in the bottle, but the stopcork in my hand van Lightnin Hopkins te horen, werden zijn schoolvrienden er door gefascineerd, omdat zij thuis Elvis Presley’s Wooden Heart gewend waren.

Jackie begon al gauw in lokale bandjes te spelen, de eerste elektrische scene in dit deel van de wereld, maar hij speelde ook zijn eigen bluessongs in locale folkclubs zoals de Elbow Room in Kirkcaldy. Helaas werd hij door deze activiteiten ook opgemerkt door plaatselijke gangs, waarvan er één zonder reden een vendetta tegen hem begon. Hierdoor zag hij zich genoodzaakt om Fife, en ook Schotland, te verlaten. Dit resulteerde in jaren van doelloos rondzwerven, van de hand in de tand leven zonder dak boven zijn hoofd, inclusief een periode van vier maanden die hij doorbracht in de omgeving van South Bank Centre in Londen, waar hij als straatmuzikant zijn kostje bij elkaar probeerde te krijgen. Dit aan het einde van de zestiger jaren, toen straatmuzikanten in Londen nog niet zo algemeen geaccepteerd waren als tegenwoordig. Hij woonde ook wisselend in County Kerry in Ierland, Berlijn en Madrid, waar hij onder de naam John St. Field een lp uitbracht met de titel Control, die nu als een psychedelische underground klassieker wordt bestempeld.

Er brak een periode aan waarin hij in kraakpanden woonde in verschillende delen van het Verenigd Koninkrijk. Daar kwam hij in aanraking met mensen die met diverse, soms ernstige, psychische problemen kampten. Hij citeert vaak de Amerikaanse dichter Theodore Roethke: for what is madness but nobility of soul at odds with circumstance? Deze ervaringen drukten hun stempel op zijn schrijven en dat komt duidelijk naar voren in de verontrustende beelden die hij gebruikt in de songs op zijn eerste twee albums met de rockband Doll by Doll. De andere bandleden: Joe Shaw, David MacIntosh en Robin Spreafico had hij in het hierboven genoemde milieu ontmoet. Doll by Doll (1978-1982), een controversiële live-act, met het cartoongeweld van de punk, maakte vijf door de critici geloofde (en afgekraakte) albums, waarvan één nooit werd uitgebracht. Daarna legden de bandleden zich erbij neer dat hun muziek niet bestemd was voor deze tijd en met spijt in het hart gingen ze ieder hun eigen weg.

Na een opnamesessie voor een soloalbum op het Charisma/Virgin label werd Jackie laat in de avond op weg naar huis het slachtoffer van een brute roofoverval. Hij had verschillende verwondingen en werd bijna gewurgd. Hij kon niet meer spreken of zingen en raakte zijn platencontract kwijt, maar ook zijn vrienden en zijn weg in het leven. Er volgde een periode van bijna een jaar, waarin hij zelf psychische problemen kreeg, heroïne ging gebruiken (de klassieke drug van de wanhoop) en een geïsoleerd bestaan leidde. Na een succesvolle behandeling met Chinese acupunctuur en psychic healing keerde hij terug in de maatschappij en was hij één van de oprichters van The CORE Trust, een organisatie die verslaving op een holistische manier benadert. Tot op de dag van vandaag beheert de Trust een kliniek in het centrum van London, waar allerlei vormen van verslaving worden behandeld. Jackie was hun manager, vertrouwensman en is momenteel de patron. Op een dag kwam hij hierbij in contact met prinses Diana, die bijzonder geïnteresseerd was in het werk van de Trust. Tijdens een ontmoeting met haar, zei ze tegen hem:

Ik heb gehoord dat je zanger bent geweest.
Ik BEN zanger was zijn verontwaardigde antwoord.
Zing dan nu eens wat stelde ze voor.
Dat werd de Schotse traditional; The Bonnie Earl Of Moray wat de basis was geweest voor zijn gewaardeerde Doll by Doll song: Main Travelled Roads.

Korte tijd later ging Jackie in Oban aan de Schotse westkust wonen. Hij bracht de nachten door in bars waar hij bevriend raakte met vissers en bosarbeiders, terwijl hij overdag de songs schreef die de basis zouden vormen voor zijn terugkeer in de muziek met het bij Cooking Vinyl uitgebrachte, veel geprezen album: The Mystery Of Love Is Greater Than The Mystery Of Death. Een reeks uitstekende albums bij Cooking Vinyl volgde, waaronder Elegy for Johnny Cash, dat een uniek en openhartig beeld geeft van mensen die hun laatste reizen maken. Hierna verschenen nog: Shining Brother, Shining Sister, Oh What A Blow That Phantom Dealt Me en in augustus van dit jaar zijn nieuwste: Lovers At The Gun Club.

>>>>>>>>